Privak

De privak, onderworpen aan het Koninklijk Besluit van 10 juli 2016 met betrekking tot de alternatieve instellingen voor collectieve belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven, is een beleggingsinstrument dat particuliere beleggers een passend kader wil bieden om in niet-genoteerde vennootschappen en groeibedrijven te beleggen.

De privak is een gesloten Instelling voor Collectieve Belegging (ICB), die onder het toezicht van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) staat en onderworpen is aan specifieke investeringsregels en verplichtingen op het vlak van de dividenduitkering.
 

Investeringsregels

  • Minstens 25 % van de activa moet in niet-genoteerde vennootschappen belegd zijn;
     
  • Minstens 70 % van de activa moet geïnvesteerd zijn in:
    • niet-beursgenoteerde ondernemingen;
    • genoteerde groeibedrijven met een marktkapitalisatie kleiner dan 1,5 miljard euro:
    • AIF's met een gelijkaardig investeringsbeleid als de privak.
  • De privak mag niet meer dan 20 % van zijn portefeuille in één onderneming beleggen.

Belastingregime

De privak geniet aanzienlijke belastingvoordelen. Deze voordelen gelden alleen als de investeringsregels worden nageleefd en:

  • alle ondernemingen in de portefeuille aan een normaal belastingstelsel onderworpen zijn;
     
  • minstens 80% van de gerealiseerde winsten van het boekjaar als dividend uitgekeerd worden. (Quest for Growth specificeert in zijn Statuten dat het tenminste 90% van de gerealiseerde winsten zal uitkeren.)
     
  • voor zover er uitkeerbare sommen beschikbaar zijn

Indien de privak deze beleggingsregels naleeft, is de belastbare basis beperkt tot de ontvangen abnormale en goedgunstige voordelen en de verworpen uitgaven met uitzondering van waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen.


Belastbaarheid in hoofde van Belgische particulieren en aan de rechtspersonenbelasting onderworpen vennootschappen

Dividenduitkeringen

Er is geen roerende voorheffing verschuldigd op dat deel van het dividend dat afkomstig is uit door de privak gerealiseerde meerwaarden op aandelen. Het resterende deel van het dividend is onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%. De roerende voorheffing werkt bevrijdend.

Meerwaarde op aandelen

Particuliere, niet professionele beleggers zijn in principe niet belast op de meerwaarde die zij realiseren bij verkoop van hun aandelen van de privak.

Voorafgaandelijke beslissing Artikel 19bis WIB92



Belastbaarheid in hoofde van de Belgische beleggers onderworpen aan de vennootschapsbelasting. 

Dividenduitkeringen

Er is geen roerende voorheffing verschuldigd op dat deel van het dividend dat afkomstig is uit door de privak gerealiseerde meerwaarden op aandelen. Het resterende deel van het dividend is onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%.

Uitgekeerde dividenden komen in aanmerking voor de aftrek als Definitief Belaste Inkomsten (DBI). Noch de participatiedrempel, noch de permanentievoorwaarde zijn van toepassing voor de aftrek als Definitief Belaste Inkomsten. Bovendien moet de deelneming in de privak niet noodzakelijk als Financiële Vaste Activa geboekt zijn om in aanmerking te komen voor DBI-aftrek. 

De door de privak uitgekeerde dividenden komen enkel voor DBI-aftrek in aanmerking in de mate dat zij afkomstig zijn uit dividenden of uit meerwaarden die voor vrijstelling in aanmerking komen (zijnde vrijgestelde meerwaarden op aandelen en meerwaarden die belast worden aan 0,412%). Inkomsten uit dividenden die geen recht op aftrek geven of geen betrekking hebben op  meerwaarden op aandelen die voor vrijsteling in aanmerking komen, zijn aan de vennootschapsbelasting onderworpen aan een tarief van 33,99% of aan het verlaagd opklimmend tarief (naargelang het geval).

Meerwaarde op aandelen

Meerwaarden gerealiseerd op aandelen van de privak zijn in hoofde van de investerende Belgische vennootschappen in beginsel onderworpen aan de vennootschapsbelasting aan het normale tarief van 33,99%. Minderwaarden op aandelen van de privak zijn in de regel niet aftrekbaar.